Koninklijke muziekharmonie Sint - Ceciliavrienden Lotenhulle

Een vereniging gebaseerd op vriendschap en muziek



Beste bezoeker

Onze vereniging bestaat dit jaar precies 60 jaar, een vereniging die gedragen wordt door mensen, jong en oud, maar allen met dezelfde hobby, namelijk het beoefenen van muziek.

Ik gebruik graag de term 60 jaar jong want zo voelen we ons ook. We investeren immers heel wat tijd en energie in onze jeugdopleiding zodat onze vereniging blijvend beroep kan doen op instroom van jeugd, van “eigen kweek”. Op deze manier bouwen we samen met onze muzikanten en dirigent aan een solide fundering voor de toekomst van onze maatschappij.

We weten ons hierin gesteund door onze talrijke sympathisanten, sponsors, ereleden en bewoners van Lotenhulle, Poeke en omstreken, die we steeds massaal mogen begroeten op onze concerten en/of uitstappen.

Het is ons doel om de jarenlange traditie die onze vereniging heeft verder te zetten, dit met aandacht voor de steeds veranderende wereld om ons heen en door onze werking en organisatie waar nodig hieraan aan te passen.

Als Voorzitter ben ik niet alleen fier dat ik samen met het Bestuur deze groep enthousiaste muziekliefhebbers kan en mag begeleiden op onze muzikale tocht, maar koester ik ook de hoop dat talrijke jonge muzikale dorpsgenoten samen met ons de jarenlange traditie verder willen zetten. Reeds 60 jaar lang zorgt onze vereniging immers voor een feestelijke noot, niet alleen in ons dorp, maar ook erbuiten en dat willen we ook de komende decennia verder blijven doen.



Geert Dobbelaere


Voorzitter

Een omvangrijke Geschiedenis

Een blik doorheen de jaren
...

De grondleggers van onze muziekvereniging.

Een begin in Leute

De muziekmaatschappij van Lotenhulle werd in 1955 gesticht. Aanleiding tot de stichting was een ludieke actie van Lootse jongeren tijdens de zomerkermis van Lotenhulle in 1954. Zoals dat in die tijd de gewoonte was, trokken de jongeren van Lotenhulle in verscheidene groepjes van het ene dorpscafé naar het andere. Kermisdagen waren toen hoogdagen in het uitgangsleven. Tijdens zo’n kermisrondgang rekende men erop iets speciaals te beleven. De drank was niet zelden de ideale springplank naar min of meer “gedurfde “ fantasieën en avonturen waarvoor men op een gewone week- of zondag zelden de tijd vond.

Naar het voorbeeld van fanfares uit omliggende gemeenten trok een groep jongeren van ter plekke “ uit leute” met een zelfverklaarde eigen Lootse fanfare zingend en toeterend van het ene café naar het andere. André De Groote, Arthur Vande Walle en Gerarda Van de Voorde, Georges Verbanck, Angèle De Clercq, Roger Meulebroeck, Fernand Vanderbauwheede, Marcel De Craemer, Isidoor De Meyer, Carlos Verhelle , Walter Vermeire e.a. maakten deel uit van deze vrolijke bende. Ze speelden op zelfgemaakte speelgoedinstrumentjes die ze verkregen door hard te blazen tegen een sigarettenblaadje dat ze voor een kam gespannen hadden. Het idee om een fanfare” te spelen” was een goede manier om “ hun plan te trekken”, dit wil zeggen, om op een goedkope en toch vochtrijke manier de kermisdagen door te komen. Op de meeste plaatsen werden ze mild getrakteerd door de aanwezige stamgasten én cafébazen. Heel logisch gaven ze hun gelegenheidsfanfare de toepasselijke naam “ de Plantrekkers”.

Uit die bende leutemakers is de muziekmaatschappij van Lotenhulle ontstaan. In de beginperiode was er enige tegenstand van de “choeur”. De “ choeur”, officieel “ Vlaanderens Zonen” genoemd, bezat tot op dat moment een monopoliepositie wat zang, dictie en toneelopvoeringen betreft. Vooral de oudere bestuursleden zoals voorzitter Robert Slock, Maurice Schelstraete, Armand De Meyer e.a. zagen niet graag dat de jonge generatie met iets nieuws begon dat in de lijn van de activiteiten van de choeur lag.

We mogen daarbij niet vergeten dat het bestuur van de choeur zelf tot drie maal toe tevergeefs had geprobeerd een eigen soort fanfare op te richten die “ deftiger muziek” zou kunnen brengen ter gelegenheid van hun optredens. Gebrek aan belangstelling en aan discipline bij de leden van de choeur was er de oorzaak van dat die pogingen tot drie keer toe mislukten.

Het succes van “ De Plantrekkers” met hun straatmuziek tijdens de kermis was zo groot geweest dat ze het idee van een eigen fanfare wilden verderzetten.

Hubert Van De Weghe beschrijft in een interview met ondergetekende uit 1990 hoe dat in zijn werk ging. Ze vatten het plan op een volksbal te organiseren voor de gehele dorpsgemeenschap om geld in het laatje te brengen. Als plaats voor het gebeuren kozen ze het leegstaand huis van Albert Bogaert in de Dorpsstraat uit, de latere woning van Isidoor De Meyer . Ze gaven hun activiteit de toepasselijke naam : “ Bal van de Plantrekkers”.

Op dat moment kwam er onverwachts tegenwind vanuit een andere hoek. Vanop de preekstoel dreigde pastoor Van der Sypt ermee dat iedereen die het bal van de jongeren zou bijwonen uit alle katholieke Lootse verenigingen zou worden geweerd. Onderpastoor Cyriel Vandekerckhove steunde hem daarbij ten volle.

Gelukkig was er de andere onderpastoor, Julien Van Lokeren, die een felle voorstander was van het initiatief van de jongeren. Hij zag de positieve kant in van de oprichting van een dorpsfanfare.

Pastoor Van der Sypt (midden) met Cyriel Vandekerckhove (uiterst links) en Julien van Lokeren (uiterst rechts).

De jongeren zouden onder begeleiding van volwassenen een degelijke muzikale opleiding krijgen en een fanfare kon ertoe bijdragen om zoals in omliggende dorpen aan jubilea en processies meer luister en meer uitstraling te bezorgen. Ondanks deze negatieve houding van een deel van de choeur en van de parochiegeestelijkheid werd het bal een succes. Het bracht meer dan 15000 BF op.

Nu het geld er was, kon men in 1955 beginnen met de eigenlijke stichting van de fanfare.


De stichting van de Sint Ceciliavrienden

De stichting van een fanfare ging stap voor stap. Eerst en vooral moest een muziekleraar worden gecontacteerd die de muzikanten – in – spe de eerste begrippen van notenleer moest bijbrengen. In de persoon van meester Honoré De Schacht uit Ruiselede , dirigent van de muziekkorpsen van Ruiselede en Aalter ,vond men de geschikte persoon .

Het muziek onder leiding van meester Honoré De Schacht.

Een vriend – muzikant van muziekmeester De Schacht nam de opleiding van de trommelaars op zich.

Een tweede stap was het aanschrijven van de mogelijke kandidaat- muzikanten. Een dertigtal jongeren gingen in op het verzoek zes weken lang een intensieve training onder de leiding van de muziekchef mee te maken. Er was ook een bestuur nodig. Dertig personen uit verschillende Lootse verenigingen werden aangeschreven om tot het bestuur toe te treden. Hoofdonderwijzer Georges Schamp was bereid de taak van voorzitter op zich te nemen. Andere bestuursleden waren André De Groote, Oswald Maenhout, Arthur Van de Walle, Irené Martens, Basiel Vlaeminck, Georges Verbanck, Roger Meulebroeck, Leon Boone, Isidoor De Meyer, Gommaer en Carlos Verhelle, Marcel De Bel, Maurice Van Meirhaege, Achiel De Meyer, Oscar De Kesel en Fernand Van der Bauwheede. Walter Vermeire was de eerste verslaggever.

Een volgende stap bestond in het organiseren van een steunkaartenactie. In ieder gezin van het dorp werd een steunkaart aangeboden. De opbrengst diende voor de aanschaf van de eerste instrumenten. De actie bracht 32795 BF op. In juni 1955 kwamen de instrumenten in Lotenhulle aan en konden de muzikanten beginnen oefenen in hun vast lokaal , zaal “ Avondvreugd” bij Ernest Verschaeve op de Kleine Plaats te Lotenhulle.

Als naam voor de maatschappij koos het bestuur voor “ De Sint - Ceciliavrienden”. Met die naam sloot de nieuwe vereniging zich aan bij een lange katholieke traditie van fanfares met die naam. Het jaarlijks hoogfeest in december lag daarmee vast. De keuze van een dergelijke heiligennaam had als bijkomend voordeel dat de parochiale geestelijkheid sowieso haar verzet tegen de vereniging opgaf en dat de pastoor zelfs bereid was het proostschap te aanvaarden. Eindelijk, in mei 1956, waagde de fanfare een eerste schuchtere uitstap: de begeleiding van de sacramentsprocessie in Lotenhulle. In hetzelfde jaar nam men voor het eerst deel aan een manifestatie buiten de gemeente. De uitstap had plaats tijdens het muziekfestival van Aalter in september 1956. De Sint Ceciliavrienden, 25 muzikanten sterk, behaalden er meteen een gedeelde eerste prijs. In 1957 ten slotte stapte men voor het eerst op achter de nieuwe vlag. De nieuwe fanfare “ De Sint Ceciliavrienden” had bestaansrecht verworven.


De beginjaren

De eerste dirigent meester De Schacht was een dirigent van den ouden stempel. Bij hem kwam het er vooral op aan hard en – zo mogelijk - ook juist te blazen. Tijdens de repetities moesten de muzikanten hun marsboekje nemen en de ene mars na de andere spelen. Zelf zette de dirigent zich achter de muzikanten op een stoel , luisterde en gaf achteraf zijn opmerkingen. Na enkele jaren hadden de leden de marsmuziek onder de knie en leerden ze nog weinig bij. Behalve de optredens in eigen gemeente deed men in het eerste decennium slechts een drietal uitstappen per jaar. De deelneming aan het muziekfestival te Hombeek in Brabant was de verste uitstap.

De betere muzikanten werden geleidelijk aan een beetje ongeduldig omdat ze meer dan louter marsmuziek wilden spelen. Het bestuur ging echter nog niet in op hun verzuchting.

De creatievelingen onder de spelers lieten de armen echter niet zakken. In het begin van de jaren zestig stichtten ze een cabaretgroepje “ De Loobiedoes”. Dergelijke cabaretgroepjes met zang en sketches waren in die tijd erg in trek. Willy De Groote, Sylvain Caron, Leon Van de Walle, Hubert Van de Weghe, Karel Wille, Lucien en Roland De Clercq, Luc De Meyer e.a. waren actief als “ Loobiedoes”. Ze speelden vooral voor de bejaarden o.a. in Lotenhulle en Zomergem. Hubert Van de Weghe wist me nog te vertellen dat “ Loo “voor Lotenhulle stond en “ bie” voor het West – Vlaamse “ erbij horen”. De betekenis van de eindlettergreep” does” kon hij zich niet exact meer herinneren. Best mogelijk dat het een Engelse uitgang was, gekozen naar analogie met een of andere Amerikaanse of Engelse popgroep uit die dagen.


Onder de leiding van dirigent Honoré De Schacht verzorgde de fanfare in die beginjaren vooral de traditionele taken van een dorpsfanfare : de opluistering van kermissen, inhuldigingen, vieringen , bedevaarten, processies, jubilea, stoeten en alle mogelijke vrolijke, ernstige of droevige gebeurtenissen. Ieder dorpsfeest , die naam waardig, mocht rekenen op de muzikale ondersteuning van de fanfare in die dagen.


De fanfare in 1963

De fanfare breidt uit

Naar het voorbeeld van sommige andere fanfares uit de omgeving kwam , vooral onder impuls van secretaris Ovide De Ryckere en van het enige vrouwelijke bestuurslid Antoinette De Meyer , in 1965 een majorettenkorps tot stand. Hun eerste optreden had plaats op 13 juni ter gelegenheid van Lotenhulle – kermis. De twaalf “showgirls “ zoals ze in het verslag genoemd werden , oogstten tijdens hun tocht langs den ommegang van het dorp overal “ verwondering, bewondering en enthousiast applaus” .

De marjoretten in hun beginjaren.

Turnleraar Daniel Delva uit Deinze gelastte zich met de inoefening van ritmische danspassen en armbewegingen zodat bij hun optreden niet alleen het oor maar ook het oog van de toeschouwers werd verwend. De meisjes hadden een repertoire van vijf artistieke dansen Zelf stapte Daniel Delva in een wit uniform als tamboer – majoor voorop aan het hoofd van de majoretten.

Achter de majoretten marcheerde een trommelkorps bestaande uit een achttal landsknechttrommelaars en een beperkte groep gewone trommelaars. Karel Wille hield zich toen al bezig met de opleiding van de trommelaars.

Na een paar jaar nam hoofdmajorette Rachel Verschaeve de opleiding van de majorettengroep van Daniel Delva over.

Met de majoretten en de trommelaars erbij verhoogde het showgehalte van de fanfare aanzienlijk. Overal in de omtrek werd de fanfare gevraagd om op te treden. Het aantal uitstappen verdubbelde. In 1965 deed de fanfare niet minder dan negen uitstappen buiten Lotenhulle . In de jaren die erop volgden, verzorgde de fanfare zelfs verscheidene optredens in Frankrijk o.a. in Cannes, Cambrai, Amiens, Compiègne, Le Havre , Orléans , ja, zelfs in Parijs.

In september 1967 wonnen de majoretten van Lotenhulle , toen nog onder de leiding van Daniel Delva, de eerste prijs op het internationaal majorettenfestival te Brasschaat.

In 1967 koos het bestuur Ovide Deryckere als nieuwe voorzitter. Het duurde nog tot 1970 voor de fanfare een nieuwe dirigent, Jozef Vandewiele uit Gent, kon aanwerven. Dat was kwalitatief gezien een zeer goede keuze want in enkele jaren tijd bracht hij de Sint-Ceciliavrienden van de derde naar de tweede afdeling tijdens het provinciaal muziektoernooi van Oost – Vlaanderen in Sint – Martens – Latem. In 1978 zou de fanfare er onder zijn leiding zelfs in slagen naar eerste provinciale door te stoten.

De marjoretten in 1970.

Hij dirigeerde zoals het hoort en bracht kwaliteit en “ Schwung” in de fanfare. Hij lanceerde verscheidene nieuwe muziekgenres zoals amusementsmuziek, operettemelodieën, licht klassieke muziekstukken, filmmuziek en Oberbayernmuziek. Zelf speelde hij mee als saxofonist. Hij was een beminnelijk man die hield van een kameraadschappelijke, ongedwongen sfeer. Hij voelde zich in lotenhulle thuis en verbleef hier dikwijls met zijn gezin heel het weekend lang als gast van de bestuursleden Arthur en Leon Van de Walle.

De bestuursploeg van 1974 bestond uit voorzitter Ovide Deryckere en de bestuursleden Leon Boone, Gaspard Buysse, Bertrand Cortier, Antoinette De Meyer, Isidoor De Meyer, Omer De Wulf, André Langeraert, Oswald Maenhout, Francis Noppe, Arthur en Leon Van De Walle, Julien Van Meirhaeghe, Omer Van Oyen en georges Verbanck.

In mei 1975 vierde de maatschappij haar jubileumfeesten met een jubileummis, een jubileumtaptoe en een muziekfestival in de straten van Lotenhulle. Niet minder dan negen fanfares en twee majorettenkorpsen namen deel aan de showparade op het gemeentelijk Sportterrein langs de Breestraat. Hoogtepunt was de gezamenlijke uitvoering van de mars “ The Lo Boys” , speciaal voor de gelegenheid gecomponeerd door bekende componist Guy Duyck, kapelmeester van de Muziekkapel van de Zeemacht. De dag werd besloten met een groot jubileumbal dat zowel in zaal Avondvreugd als in zaal Hoger Op , beide op de Kleine Plaats gelegen, plaats vond.

In 1975 ook verhuisde de fanfare voor haar wekelijkse repetities op vrijdagavond van zaal “ Avondvreugd” naar het vroegere textielatelier van de familie Vermeire in de Poekestraat.

Het lokaal in 2008.

In 1976 volgde nog een andere nieuwigheid. Gaby Arickx uit Ruiselede richtte toen een echt trommelkorps op bestaande uit 20 jongeren. Deze groep kende op veel plaatsen een even groot succes als de majoretten. Vooral hun de ritmische nabootsing van een vertrekkende, versnellende, door een tunnel rijdende en ten slotte langzaam vertragende trein wekte de bewondering op van vele toeschouwers.

Verscheidene trommelaars uit die groep lijfde Hubert Van de Weghe in bij de jeugdfanfare die hij persoonlijk een ruimere muzikale opleiding gaf waardoor automatisch het tekort aan blazers in de fanfare werd opgelost. De rest van de trommelaars bleef deel uitmaken van een beperkt trommelkorps dat onder de leiding kwam van “trommelmeester” Karel Wille.

Het grootste succes dat chef – dirigent Vandewiele met de fanfare van Lotenhulle op zijn naam schreef , was de uitvoering van de muziek bij de operette “ Hoger op”. Deze operette was een coproductie van de Sint Ceciliavrienden met Vlaanderens Zonen ter gelegenheid van een jubileum van de Choeur. De opvoering had plaats in een tent op het Gulden Sporenplein in het jaar 1972.


Crisis en heropstanding

Hoogtepunt en ondergang liggen soms dicht bij elkaar. Hoewel de fanfare in het midden van de jaren zeventig nog altijd floreerde toch waren er schaduwzijden aan het succes. Onder muziekchef Jozef Vandewiele was de maatschappij naar eerste divisie opgeklommen maar om dat muzikaal peil te behouden had de dirigent de gewoonte op cruciale momenten de fanfare te versterken met vreemde muzikanten. Vooral in het vooruitzicht van provinciale wedstrijden.

Daardoor ontstond veel ongenoegen bij de eigen Lootse muzikanten die wel maandenlang hadden mee gerepeteerd, maar als het erop aankwam hun plaats aan een vreemde moesten afstaan.

Een tweede negatieve factor bestond erin dat het succes van de majoretten en de fanfare ervoor zorgde dat er overdreven veel uitstappen kwamen. Vooral de talrijke verre uitstappen naar Frankrijk waarbij de spelers ’s morgens vroeg moesten vertrekken en ’s avonds pas laat naar huis terugkeerden, waren van het goede teveel. Hoewel voorzitter Ovide Deryckere en juffrouw Antoinette De Meyer orde en gezag in de groep hielden, toch haakten meer en meer jonge muzikanten af.

Ook sommige bestuursleden zoals Marcel de Craemer en André Van Parijs waren vroeger al uit het bestuur gestapt.

Op een bepaald moment schoten er maar vijftien muzikanten meer over op wie het bestuur een beroep kon doen. Dank zij de instroom van muzikanten uit de jeugdfanfare van Hubert Van De Weghe beschikte de fanfare in 1980 weer over 32 muzikanten, 18 trommelaars en 14 majoretten.

Uitstap in Vinkt (1980)

De fusies van gemeenten in de tweede helft van de jaren zeventig zorgden onverwacht voor grote moeilijkheden . Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht wilden twee zwaargewichten binnen het bestuur, Ovide De Ryckere en Leon Van de Walle , de Lotenhulse muziekmaatschappij met die van Aalter laten samensmelten. Een meerderheid binnen het bestuur van de Sint-Ceciliavrienden weigerde echter de notaris en zijn vriend hierin te volgen.

Het gevolg was dat de twee drijvende krachten van de vereniging hun ontslag aanboden. De bestuursleden Arthur Van de Walle, Georges Verbanck en Antoinette De Meyer volgden hun voorbeeld. Gelukkig waren de jubileumfeesten van 25 jaar fanfare op dat moment achter de rug.

Het oudste bestuurslid , Leon Boone , toonde zich bereid tijdelijk het voorzitterschap waar te nemen in afwachting van een vrijwilliger die de taak op zich zou willen nemen.

Bestuurslid Bertrand Cortier werd de redder in nood. Hij overhaalde spelend lid Hubert Van de Weghe ertoe dirigent te worden van de fanfare in crisis. Dat ging niet gemakkelijk. Hubert was trouwens al enkele jaren verantwoordelijk voor de jeugdopleiding van de trompettisten en wist zeer goed hoe moeilijk het was de jonge muzikanten blijvend enthousiast te houden voor de wekelijkse repetities. Nog moeilijker was het nieuwe kandidaten voor de fanfare aan te werven. Veel jongeren vonden de wekelijkse repetities te veeleisend en veel ouders van studerende jongeren waren bezorgd omdat de vele binnen – en buitenlandse uitstappen een nefaste invloed konden hebben op de studieresultaten van hun kinderen. Andere ouders lieten zich afschrikken door de slechte faam die fanfares soms hadden als mogelijke bevorderaars van alcoholverslaving. De wederopstanding van de fanfare zou zeker tijd en moeite kosten.

Een van de argumenten waardoor Hubert Van De Weghe zich liet overhalen om toch de taak van dirigent op zich te nemen, was de oprichting van de Muziekschool in Aalter met een onderafdeling in Lotenhulle.

Hij meende – ten onrechte zoals later zou blijken – dat de samenwerking met de muziekschool een stimulans zou betekenen voor de opleiding van jonge muzikanten voor de dorpsfanfare. Samen met de nieuwe voorzitter Bertrand Cortier bezocht Etienne Van de Weghe in Lotenhulle alle kandidaten die in aanmerking kwamen om deel uit te maken van de fanfare. Ze hadden succes. Meer dan dertig jongeren gaven zich op als kandidaat om muziekles te volgen.

De benoemde leerkrachten van de muziekschool voelden er echter niets voor hun onderricht af te stemmen op de noden van de fanfare van Lotenhulle. Toen Hubert en juffrouw Marie Louise De Boever zelf vrijwillig enige tijd lessen in notenleer gaven in de muziekschoolafdeling van de jongensschool kregen ze volstrekt geen medewerking en werden ze letterlijk buitenspel gezet. Ook Katelijne Vandewiele, gediplomeerde muzieklerares en dochter van de dirigent, gaf op het eind van de jaren zeventig tijdens een beperkte periode les aan de jonge kandidaat - muzikanten van Lotenhulle.

Op dat moment van malaise diende ook dirigent Jozef Vandewiele, die verplichtingen had tegenover verscheidene andere muziekmaatschappijen o.a. de harmonie van Nazareth, in 1982 zijn ontslag in als dirigent.

Gelukkig hebben voorzitter Bertrand Cortier en de bestuursleden in die jaren van crisis toch doorgezet. Ze overhaalden Hubert Van de Weghe om de provinciale cursus voor dirigent te volgen in Gent. Met inzet , kunde en bezieling is Hubert erin geslaagd én de cursus te volgen, én de jonge muzikanten verder op te leiden. Gemakkelijk ging dat niet maar hij zette toch door. Geleidelijk aan slaagde hij erin de fanfare weer op het rechte spoor te krijgen.

Hij hield zich met hart en ziel bezig met de opleiding van nieuwe muzikanten. Onder zijn leiding leerden ze notenleer en het bespelen van een instrument. Voor de blaasinstrumentenopleiding stond hij zelf in. Zijn doorzettingsvermogen heeft de fanfare in die moeilijke jaren van de ondergang gered.

Een ongeneeslijke ziekte heeft Hubert echter verhinderd zijn muzikale doelstellingen ten volle te verwezenlijken.

Het nieuwe bestuur dat in 1982 onder de leiding van voorzitter Bertrand Cortier aantrad, bestond uit volgende personen: Leon Boone, Gaspard Buysse, Geert Coene, Bertrand Cortier, Daniel De Boever, Isidoor De Meyer, Eric Hooft, Francis Noppe, Réné Van De Walle, Etienne Van De Weghe,Julien Van Meirhaeghe, Marnix Van Nieuwerkerke, Armand Van Parijs en Godfried Vermeire.

De eerste maatregel die het nieuwe bestuur nam , was drastisch: alle bestuursleden met kinderen zouden proberen ze met zachte dwang te overhalen naar de fanfare te komen die onder de leiding stond van Hubert Van De Weghe en van Karel Wille. Het opzet lukte. Met de zonen en dochters van Armand Van Parijs, Godfried Vermeire, Daniel De Boever, Bertrand Cortier en Marnix Van Nieuwerkerke was de kwantiteit aan muzikanten weer in orde. Dank zij de regelmatige repetities onder de leiding van Hubert verbeterde geleidelijk aan ook de kwaliteit van de uitvoeringen. In het midden van de jaren tachtig kon men weer naar buiten treden met een deftige fanfare van min of meer dertig leden.


Verbroedering: een Europese inspiratie

Een belangrijk nieuw initiatief, dat uitging van Groot – Aalter en dat kaderde in de groei naar een één wordend Europa, was de verbroedering van verenigingen van Groot – Aalter met twee buitenlandse partnergemeenten , de Creuse in Frankrijk en Rotenburg aan de Wümme in Duitsland. Het bestuur van de fanfare van Lotenhulle greep de verbroedering aan als een kans om de horizont van de leden van de maatschappij te verruimen. Niet voor niets zegt het Vlaams spreekwoord dat muziek de harten verenigt. In de Creuse bleef de verbroedering eerder officieel en beperkt .

In 1980, 1986, 1990 waren er weekends met optredens en wandelconcerten in Marsac, Bénévent ‘L Abbaye en Saint Etienne de Fursac e.a. .

Met Rotenburg slaagde men erin een hechtere vriendschapsband uit te bouwen. De verbroedering met de mensen van die Noord- Duitse stad verliep veel vlotter doordat er in Rotenburg al sinds 1982 een muziekvereniging bestond. De samenwerking startte in het voorjaar van 1983 ter gelegenheid van het Rotenburger Schützenfest . Als gastgeschenk voor de Rotenburgse Spielmanns – und Musikzug brachten de Sint Ceciliavrienden twee muzikale geschenken mee die dankbaar werden aanvaard: de “ Rotenburger Marsch” , een compositie van de Knesselaarse componist Gerard Van de Casteele en een oud Vlaams koperen blaasinstrument.

Tijdens hun driedaags verblijf in Rotenburg verbleven de majoretten en muzikanten van Lotenhulle bij gastgezinnen van Rotenburgse muzikanten. Hoogtepunt van het feest was de gemeenschappelijke grill – en muziekavond waarbij naast eten, drinken, muziek spelen en dansen spontaan vriendschappen werden gesloten. Niet alleen tussen de burgemeesters Hinrich Heineke en Jan de Crem en de voorzitters Gebhardt Cordes en Bertrand Cortier maar ook en vooral onder de jongeren van beide fanfares. Het feit dat er een gemeenschappelijke hobby, de liefde voor muziek, aan de basis lag van de verbroedering en niet louter een vage Europese eenheidsgedachte zorgde ervoor dat er een oprechte en spontane band groeide tussen de leden van de twee muziekmaatschappijen.

Voorzitter Bertrand Cortier nodigde in zijn dankwoord op het einde van de feestavond de Rotenburgse Spielmanns – u nd Musikzug uit voor een tegenbezoek aan Lotenhulle “ was ein Jubelsturm unter den Spielleuten hervorrief ” en wat in september ook gebeurde. Sedertdien heeft er jaarlijks afwisselend een verbroederingsbezoek plaats tussen de twee muziekmaatschappijen. Daarmee bewezen en bewijzen beide maatschappijen dat Europa ook vanuit de basis, vanuit het volk kan worden opgebouwd.

Heel die periode van de jaren tachtig slaagde de fanfare erin zich te handhaven in eerste afdeling.


Andere tijden

In de jaren tachtig en negentig kwam er langzaamaan verandering in de manier waarop vooral de jonge muzikanten van de fanfare zichzelf zagen. Het beeld van de folkloristische straatfanfare die zich als taak stelde in alle weer en wind allerlei huldigingen en stoeten op te luisteren, sprak de jongeren minder en minder aan. De meesten onder van hen hadden in de muziekschool hun muzikale opleiding gekregen en wilden de kwaliteit van de muziekuitvoeringen uitdrukkelijker gewaardeerd zien. Het muzikale peil van de uitvoeringen en de kameraadschap onder elkaar waren in hun ogen meer en meer hoofdzaak.

Het geven van concerten beantwoordde aan die verzuchting en werd een echte rage.

In 1985 gaf de fanfare onder de leiding van Hubert Van de Weghe haar eerste herfstconcert en sedertdien zijn er ontelbare nieuwjaars- lente- zomer – herfst- en winterconcerten gevolgd. De programma ‘s van die concerten illustreren de brede verscheidenheid van muzikale genres die de fanfareleden beheersten : filmmuziek, operettemuziek, klassieke muziek, negrospirituals, dixieland, dansmuziek maar ook de vertrouwde marsen , walsen en polka’s.

De concerten boden de jongeren de gelegenheid partijen voor solo (1) , duo (2), trio (3) , kwartet (4), kwintet (5) , sextet (6) of andere uit te voeren en zich creatiever, moderner te kunnen uitleven in hun muziek.

Ondertussen aanvaardden de jongeren gemakkelijker de in hun ogen “ saaie” traditionele uitstappen ter gelegenheid van carnavals, kermissen, avondmarkten, jubilea, Open Monumentendagen , Elf Novemberherdenkingen e.a. die de oudere leden in ere wilden houden. Dergelijke uitstappen brachten geld in het bakje en de ouderen wisten maar al te goed dat het ene niet kon zonder het andere.

De verzoening tussen jong en oud wordt treffend geïllustreerd door het jaarlijks bier – en wijnfeest van de fanfare dat in september 1990 een dubbelfeest werd. De jeugd kon swingen op de muziek van DJ Kurt Van Woudland en zich verlustigen aan een optreden van Sonic Boom. De ouderen konden terecht voor een gezellige babbel met drink in een Weinstube naast de feestzaal.

In 1987 kwamen de jongeren met een nieuw initiatief: de uitgave van een eigen ledenblad “ Allegro”. Naast de aankondiging en de verslagen van voorbije activiteiten waren er ook interviews met oudere bestuursleden zoals Leon Boone en Isidoor De Meyer. Het gestencileerd tijdschrift verscheen vier maal per jaar maar hield het zoals zovele tijdschriften niet meer dan een paar jaar vol.

Het feest dat alle muzikanten , jong en oud, het meest samenbracht, bleef het Ceciliafeest. Bij een gezellige maaltijd werden verdienstelijke leden er telkenjare gehuldigd , maakte de voorzitter een balans op van het voorbije jaar en gaf hij een vooruitblik naar de toekomst maar voor alles ervaarde ieder lid afzonderlijk op zo’n feest de hechte groepsgeest van “ één voor allen en allen voor één”.

In februari 1991 diende Hubert Van de Weghe wegens een slepende ziekte zijn definitief ontslag in als dirigent. In september 1992 zou hij de ongelijke strijd tegen zijn ziekte verliezen. Op zijn begrafenis speelde de fanfare ten afscheid zijn lijflied:” Music was my first love”, een compositie die voor alle muzikanten voor altijd met zijn persoon zal verbonden blijven.

Hubert vroeger

Tussen 1992 en 1995 gedurende beperkte tijd een beroep op de dirigenten Raoul Degouhy , Luc Tjolle en Dirk Verholle. Ondanks de moeilijkheden om een goede vaste dirigent te vinden behield de fanfare in 1993 haar plaats in eerste afdeling.

In augustus 1994 werd Pascal Cooman de nieuwe dirigent. Onder zijn leiding werd de muzikale lat binnen de maatschappij hoger gelegd. Hij eiste veel van de muzikanten waardoor het muzikale niveau in deze periode verhoogde. Pascal had ongetwijfeld nog meer ambities met deze groep, maar onze muzikanten blijven ten slotte allen amateurs en op dat moment zat een promotie naar een hogere klasse er niet in.

Pascal Cooman in actie.

Ter gelegenheid van het jubileumjaar 1995 werden enkele nieuwe initiatieven genomen. Men organiseerde een culturele avond over muziek met Fred Brouwers en de fanfare bracht een concert met solist Willy Pulinx uit Poeke en Eva Maria als presentatrice.

In 1996 diende voorzitter Bertrand Cortier zijn ontslag in. Hij deed dat bewust vanuit de ervaring dat voorzitterschap voor het leven te belastend is. Er moest regelmatig verjonging zijn opdat nieuwe ideeën tijdig aan bod konden komen. De statuten werden gewijzigd zodat voortaan om de drie jaar een nieuwe voorzitter moest worden gekozen.

Karel Wille werd de nieuwe voorzitter. In februari 1997 leverde de fanfare onder leiding van Pascal Cooman een gedenkwaardige prestatie toen ze in het auditorium van het Gemeentehuis van Aalter een concert gaven met filmmuziek en met live projectie van filmfragmenten. Marc Gevaert verzorgde de presentatie.

In oktober van dat jaar ontvingen de Sint-Ceciliavrienden de vernieuwde muziekvereniging van Rotenburg , de “ Red Castle Company ” die er prijs op stelde de traditie van de verbroedering met de fanfare van Lotenhulle voort te zetten.

Tijdens het Provinciaal Tornooi in Eeklo slaagde de maatschappij er in haar plaats in eerste divisie te behouden.

Tussen 1999 en 2002 was Carl Sergeant de nieuwe voorzitter. Pascal Cooman verliet in 2000 de fanfare van Lotenhulle.

Een vroegere dirigent Luc Tjolle kwam hem vervangen. Onder zijn leiding waagde men een experiment met een Oberbayernavond in de gemeentelijke feestzaal in mei 2000. Het werd geen echt succes. Bestuur en dirigent waren allesbehalve tevreden over de inzet van de muzikanten. In september heerste weer crisissfeer. Het nieuwe bestuur drong aan op meer discipline en inzet van de muzikanten.

Wie voortaan driemaal na elkaar afwezig was zonder te verwittigen , zou niet langer als actief lid van de fanfare worden beschouwd. Dirigent Tjolle werd bedankt voor bewezen diensten. In de persoon van Bert Peeters werd een nieuwe dirigent gevonden.

Bert Peeters

Els Van Acker gelastte zich met de opleiding van de jeugdmuzikanten. De dreigende woorden en de genomen maatregelen hadden effect. De muzikanten volgden de repetities weer met discipline en plezier. Velen van hen zijn nog jong. Het bestuur koos er in 2002 vrijwillig voor naar tweede provinciale afdeling af te zakken. De concerten en de uitstappen kregen weer hun oude luister en de muzikanten zelf beoefenden hun hobby weer met smaak en Schwung. Zowel in het dorp zelf als ver erbuiten stapte en stapt de fanfare weer fier op achter haar vaandrig Rik Van de Beken. De Sint Ceciliavrienden zijn en blijven de muzikale ambassadeurs van Lotenhulle.

Karel Wille ( 2002 – 2005) en Geert Dobbelaere( 2005 - ) zijn de twee voorzitters die de groep tot in het jubileumjaar 2005 hebben geleid.

Het bestuur in 2005.

Geert Dobbelaere is anno 2015 nog steeds vrijwillig voorzitter.


Besluit

De geschiedenis van de fanfare kende hoogten en laagten. Het was en is een geschiedenis van mensen. Mensen met gaven en gebreken. Mensen die hun muzikale talenten ontwikkeld hebben en niet alleen hun dorpsgenoten maar ook vele mensen, elders in Vlaanderen en in het buitenland, momenten van muzikaal genoegen hebben bezorgd. Ze hebben rechtstreeks of onrechtstreeks met hun muziek klank en kleur gegeven aan hun eigen leven en aan dat van wie hun muziek ooit heeft beluisterd.

Arnold Strobbe

Joachim Vermeire Dirigent

Muzikale Maestro
...
Image

Na mijn bachelor ging ik hobo studeren aan het befaamde lemmensinstituut in Leuven, waar ik mijn master voor hobo wou halen. Dit was ook bij mijn docent van in Gent, Bram Nolf. Daar liet ik me ook verder onderrichten in orkestdirectie door Ivan Meylemans en Jan Van der Roost, met daarnaast nog een extra tak praktische transpositie. Je merkt dus dat ik me heel erg bezighield met het orkestgebeuren. Buiten deze opleiding speelde ik mee in vele orkesten en ensembles, waaronder ook musicals.

Nu studeer ik nog steeds aan het Lemmensinstituut, en volg ik de specifieke lerarenopleiding aan het cvo KISP. Ik geef buiten in Lotenhulle ook les in de Muziekschool van Wondelgem en Zelzate. Ik heb reeds een omvangrijke hoboklas opgebouwd, en geef ook AMV en samenspel. Op dit moment speel ik buiten in Lotenhulle vast mee in deze orkesten: Aalters Jeugdorkest, Concertband Aalter, Symfonieorkest Akademos, La Chapelle Sauvage (kamerorkest), Harmonieorkest Guy Duijck Evergem (fv) en Koninklijke Harmonie Vrank en Vrij Nazareth (fv). Ook als freelance speel ik veel mee in orkesten en ensembles. Niet alleen klassiek, ook het populaire genre is zeker iets voor mij.

Alsof muziek nog niet genoeg tijd inneemt, ben ik buiten muziek ook (hoofd)animator in het jeugdwerk bij Kazou (CM) Deinze.

Muziekprofiel

Hallo, mijn naam is Joachim Vermeire. Ik ben afkomstig van Sint-Maria-Aalter, een deelgemeente van Aalter. Lotenhulle, eveneens een deelgemeente van Aalter, was dus niet zo ver van mijn thuis, en via via ben ik in de muziekvereniging gesukkeld. Sindsdien geef ik, samen met een aantal collega’s, de jeugdwerking van onze muziekmaatschappij: Jeugdensemble, notenleer, klarinet, hobo en saxofoon.

Tot begin september van 2014 was ik ook spelend lid in onze muziekvereniging: Ik speelde hobo. Sinds eind september ben ik dirigent van onze muziekvereniging. Zolang het mij gegund is, zou ik in deze vereniging willen blijven: de groepssfeer is ongelofelijk (ze gaan voor elkaar door het vuur), en de muzikale evolutie in groep naar een concert toe, is zeer sterk.

Mijn muzikale carrière begon als kleine patat in de Muziekacademie van Aalter. Ik volgde er hobo bij Luc Callens, en later bij Ilse Barbaix. In 2003 trad ik toe tot het jeugdorkest van Aalter, en merkte al gauw dat ik een echte orkestmuzikant ging worden. Ik heb tijdens mijn secundaire opleiding in vele orkesten gespeeld, en steeds meer kreeg ik de smaak te pakken. Ook wilde ik dirigent worden, en voor het orkest komen te staan.

Na mijn secundaire studies heb ik ingangsproef gedaan aan het Koninklijk Conservatorium van Gent, en na de screening mocht ik starten aan mijn opleiding hobo bij hoofdvakdocent Bram Nolf. Bij hem haalde ik mijn bachelordiploma voor hobo. Ik volgde ook orkestdirectie bij Wim Belaen en Dirk Brossé, Engelse hoorn (althobo), zangles, piano, klarinet en saxofoon.

Image



" De Jeugd " Jeugdwerking

Deze leraren zorgen voor een muzikale opleiding (instrument en notenleer) binnen onze muziekharmonie.
...

In Actie Foto's

Foto's van enkele uitstappen en concerten
...

Muzikaal Agenda

Repetities: iedere vrijdag
Concerten - Uitstappen:
...

Paaszondag 27 maart: wandelconcert in Lo-dorp

Zondag 15 mei: Sinksenstoet in Nevele

Zondag 22 mei: Lo-kermis

Zondag 29 mei: aperitiefconcert met etentje om 11 uur in de feestzaal

Zondag 19 juni: autowijding Aalter-brug.

Zondag 3 juli: Bloedprocessie in Meigem.

Vrijdag 8 juli wandelconcert in Aalter-brug

Zaterdag 10 september: Poeke kermis

Zondag 11 september: Pierlala stoet in Ursel (onder voorbehoud)

Zondag 25 september: kioskconcert in Aalter om 11 uur

Zondag 2 oktober: Lotenhulle kermis

Maandag 11 november: wapenstilstand

Zaterdag 19 november : concert in de kerk van Lotenhulle

Zaterdag 26 november: Sint-Ceciliafeest

Zondag 18 december kerstmarkt in Poeke

Vragen? Contacteer ons

Inlichtingen en inschrijvingen voor lessen gebeuren via de secretaris.
...






Bestuur

Geert Dobbelaere - Voorzitter

geertdobbelaere11@hotmail.com

0474 91 94 01

Etienne van Oyen - Secretaris

etienne.van.oyen@telenet.be

0478 36 76 91

Carl Sergeant - Penningmeester

info@carloprinting.be

0474 89 77 57

Steven Wyckhuys

steven@wyckhuys.be

 

Karel Wille

karel.isabella@gmail.com

 

Katja Quintyn

katja.quintyn@telenet.be

 

Marcel Vermeersch

nicole.marcel@icloud.com

 

Stefaan Robijt

stefaan.robijt@skynet.be

 

Godfried Vermeire

godfried.vermeire@telenet.be

 















Dirigent

Joachim Vermeire

joachimvermeirke@hotmail.com

0473 99 18 81




Leraren

Karel Wille

karel.isabella@gmail.com

0473 28 71 78

Jan Vanderbeken

jan.vanderbeken@belgacom.net

0473 32 45 15

Hans Wille

hans.wille@telenet.be

0473 88 39 35

Jasmijn van Cauwenberghe

jasmijn@demacolaswerken.be

0479 39 13 09

Eveline Sinessael

bart.evelien@telenet.be

0486 42 63 51